Pensioen voor uw partner en kind(eren)
Bij PH&C bouwt u niet automatisch pensioen op voor uw partner en kind(eren); uw nabestaanden. Als u overlijdt, krijgen uw partner en eventuele kinderen dus niets. Om dit te voorkomen kon u bij ons een (individuele) nabestaandenpensioenverzekering afsluiten. Dit is een risicoverzekering. U bouwt daarmee dus geen pensioen op voor uw nabestaanden. Het is geen ‘spaarpot’. De nabestaandenpensioenverzekering loopt tot uw 65e. Daarna moet u weer zelf iets regelen! Hieronder leest u wat u kunt doen om vanaf dat moment een nabestaandenpensioen voor uw partner en/of kind(eren) te regelen.
Omzetten van ouderdomspensioen in pensioen voor uw partner en kind(eren)
Als u een nabestaandenpensioenverzekering hebt, dan stopt die op het moment dat u 65 jaar wordt. Doet u niets, dan krijgen uw partner en kind(eren) niets als u doodgaat (na u pensionering). Wilt u ook na uw pensionering iets regelen voor uw nabestaanden? Dan kunt u ervoor kiezen om een deel van uw ouderdomspensioen om te zetten in nabestaandenpensioen. U krijgt dan zelf minder ouderdomspensioen, maar uw nabestaanden krijgen een pensioen als u overlijdt na uw 65e. Doet u dat niet, dan krijgt u zelf het pensioen waarop u hebt gerekend, maar krijgen uw nabestaanden niets als u doodgaat.
Stel u bent met pensioen en u heeft een deel van uw ouderdomspensioen omgezet in nabestaandenpensioen. Uw partner gaat eerder dood dan u. U krijgt dan niet het nabestaandenpensioen weer bij uw ouderdomspensioen.
Als u uw ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen wilt veranderen, kunt u kiezen uit twee percentages: 12,5% en 7,5%. Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u uw keuze aangeven op het aanvraagformulier voor het ouderdomspensioen.
Hieronder ziet u welke gevolgen dat heeft.
U wilt uw ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen omruilen? Dan gelden wel enkele belangrijke voorwaarden. Zoals:
• Bij het berekenen van uw ouderdomspensioen gaan we uit van al uw pensioenaanspraken. Ook het pensioen dat u extra heeft opgebouwd hoort daarbij. Het ouderdomspensioen dat u heeft opgebouwd tot 31-12-1997 hoort hier niet bij, in deze periode werd al standaard een NP opgebouwd;
• Door deze verandering wordt uw ouderdomspensioen lager. Het bedrag dat u uiteindelijk elk jaar krijgt, mag niet minder zijn dan de wettelijke afkoopgrens voor kleine pensioenen (in 2011 is deze €427,29 bruto per jaar);
• Heeft u ervoor gekozen om een deel van uw ouderdomspensioen te veranderen in nabestaandenpensioen, dan kunt u dit na uw pensionering niet meer veranderen.