Wanneer gaat uw pensioen omhoog? Meer over onze dekkingsgraad.
Elk jaar stijgt de huur en betalen we meer voor onze boodschappen. Met honderd euro kun je daarom over tien jaar minder kopen dan nu. Pensioen dat u heeft opgebouwd wordt dus steeds minder waard. Pensioenfonds Horeca & Catering verhoogt daarom de bij ons opgebouwde pensioenen als dit kan. Maar wanneer doen wij dat? En wanneer juist niet?
Wij verhogen de pensioenen alleen als onze geldreserve groot genoeg is. Elk jaar bekijkt ons bestuur of dat zo is. Onze zogenoemde dekkingsgraad speelt daarbij een belangrijke rol. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het geld dat wij nu bezitten, ten opzichte van het geld dat wij (nu en in de toekomst) aan pensioen moeten betalen. Bij een dekkingsgraad van 100% hebben wij als pensioenfonds precies voldoende geld om de pensioenen te betalen. Bij een hogere dekkingsgraad is er een reserve. De wet en onze toezichthouder de Nederlandsche Bank (DNB) bepalen dat wij minimaal een reserve van 4,1% moeten hebben. Onze dekkingsgraad moet dus minimaal 104,1% zijn. Dat betekent dat wij voor elke euro pensioen die wij (nu en in de toekomst) moeten betalen, €1,041 in kas moeten hebben.
Genoeg reserves
We kunnen de pensioenen dan nog niet verhogen. Want om bijvoorbeeld schokken op de financiële markten te kunnen opvangen, hebben wij een extra reserve nodig. De hoogte van deze reserve is voor elk pensioenfonds anders. Dat is onder andere afhankelijk van de gemiddelde leeftijd van de (oud-)werknemers die pensioen opbouwen en hoelang zij leven. Ook de manier waarop een pensioenfonds het geld belegt, beïnvloedt deze reserve. Per 31 december 2010 moet onze totale reserve minimaal 17,6% zijn. Dat betekent dat wij voor elke euro pensioen die wij (nu en in de toekomst) moeten betalen, €1,176 in kas moeten hebben. Dit bedrag is inclusief de eerder genoemde reserve van 4,1%. Wilt u weten hoe hoog onze dekkingsgraad op dit moment is? Hier vindt u altijd het laatste nieuws over Pensioenfonds Horeca & Catering.
Gestaag herstel
In 2008 daalde onze dekkingsgraad door de gevolgen van de kredietcrisis. Om de dekkingsgraad te herstellen, dienden wij in 2009 een herstelplan in bij DNB. Door de herstelmaatregelen in dit plan moet onze dekkingsgraad eind 2011 minimaal 104,8% zijn. Tot nu toe herstelde onze reserve sneller dan verwacht. Maar onze dekkingsgraad is nog niet hoog genoeg om een eventuele nieuwe financiële crisis te kunnen opvangen. Wilt u meer weten over ons financieel beleid tijdens het herstelplan? Klik dan hier.
Pensioenverhoging
Om de stijging van de prijzen op te vangen, kunnen we de pensioenen op twee manieren verhogen.
Via de pensioenpremie
Iedereen die pensioen bij ons opbouwt, betaalt samen met zijn werkgever een pensioenpremie aan ons. Een deel van dit geld kunnen wij gebruiken om de pensioenen te verhogen van de werknemers die op dit moment pensioen bij ons opbouwen. De pensioenpremie bevat namelijk een opslag van 0,9% van het salarisdeel waarover een werknemer pensioen opbouwt. Die opslag kunnen we daarvoor gebruiken. Het bestuur bepaalt jaarlijks de hoogte van deze verhoging.
Via winst op de beleggingen
Elk jaar kan ons bestuur de bij ons opgebouwde pensioenen verhogen. Daarbij gaat het om het pensioen van iedereen die van ons pensioen krijgt en werknemers die op dit moment pensioen bij ons opbouwen (of dit in het verleden hebben gedaan). Het bestuur kan de pensioenen alleen verhogen als de reserve groot genoeg is. Is dat niet zo? Dan gebruiken we dit geld om onze reserve aan te vullen. Door de verhoging mag het uitkeren van de pensioenen (nu en in de toekomst) niet in gevaar komen. Daarnaast moet onze reserve sneller herstellen dan er in het herstelplan staat.
Drie factoren die de dekkingsgraad beïnvloeden |
|
• De langetermijnrente – De afgelopen jaren zakte de rente op langetermijnleningen (de zogenoemde langetermijnrente) flink en daardoor daalde onze dekkingsgraad. De langetermijnrente is belangrijk voor de berekening van deze dekkingsgraad. Met dit rentepercentage berekenen wij wat het geld dat wij nu beheren, in de toekomst waard wordt. Daalt de rente, dan moeten we meer geld opzij zetten om (nu en in de toekomst) de pensioenen te kunnen uitbetalen. Om dit risico te beperken dekken we sinds augustus 2010 75% van het zogenoemde renterisico af. Hierdoor is onze dekkingsgraad minder gevoelig voor de ontwikkeling van de langetermijnrente. Hoe wij dat doen, leest u hier. |
• Levensverwachting – Nederlanders worden steeds ouder. Dat betekent dat gepensioneerden langer een pensioenuitkering krijgen. Wij moeten daardoor nu steeds meer geld opzij leggen, om in de toekomst de pensioenen (langer) te kunnen betalen. Dat heeft gevolgen voor de hoogte van onze dekkingsgraad. De dekkingsgraad daalde hierdoor. Dit kwam door drie dingen:
1) Eind 2009 maakte onderzoeksbureau CBS de sterftecijfers bekend. Daaruit blijkt dat Nederlanders gemiddeld langer leven; 2) In 2010 bleek uit een ander onderzoek dat Nederlanders naar verwachting de komende vijftig jaar steeds ouder worden; 3) In 2010 bleek uit een eigen onderzoek dat werknemers die pensioen bij ons opbouwen, of hebben opgebouwd, eerder overlijden dan het landelijk gemiddelde. |
• De waarde van onze beleggingen – Ook de waarde van de beleggingen beïnvloedt de hoogte van onze dekkingsgraad. Worden onze beleggingen minder waard, dan hebben wij minder geld. Dit gebeurde bijvoorbeeld tijdens de wereldwijde financiële crisis eind 2008. Eind 2008 was onze dekkingsgraad, door de combinatie van een lagere rente én lagere waarde van de beleggingen, 93%. Eind 2007 was dit nog 148%. Om dit tegen te gaan spreiden wij onze beleggingen over diverse landen en sectoren. Bovendien leggen wij een derde van het vermogen vast in investeringen met een laag risico zoals langlopende obligaties en onroerend goed. Ons belegd vermogen in 2008 was 2,5 miljard euro. Eind 2010 was dit 3,6 miljard euro. Wilt u meer weten over de manier waarop wij het vermogen beheren? Klik dan hier. |
06.05.2011