Nieuw pensioenakkoord
Het kabinet, werkgevers en de vakbeweging zijn het eens over het landelijke pensioenakkoord. Dat maakte premier Rutte vrijdag 10 juni 2011 bekend. Maar wat staat er in het pensioenakkoord en waarom is het eigenlijk nodig?
Waarom een nieuw landelijk pensioenakkoord?
Doordat we gemiddeld ouder worden, zijn er steeds meer ouderen die niet meer werken. Dat betekent dat een kleinere groep mensen straks moet betalen voor de AOW van een grote groep mensen. Om onze oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden, is een nieuw pensioenakkoord gesloten. Daarin staan afspraken over de AOW, onze pensioenen en een betere werkgelegenheid voor ouderen. Alle nieuwe afspraken gelden overigens nog niet vanaf nu. Minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wijzigt eerst de wetten die nodig zijn om het nieuwe pensioenstelsel in te voeren. Naar verwachting veranderen sommige wetten al op 1 januari 2012. Andere pas op 1 januari 2013 of nog later.
AOW: leeftijd omhoog, maar uitkering stijgt
In het nieuwe pensioenakkoord verandert er het een en ander voor de AOW. De AOW-leeftijd, nu 65 jaar, stijgt. In 2020 gaat deze omhoog naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. De AOW-uitkering wordt hoger. Eerder stoppen met werken kan, maar kost geld: je ontvangt dan minder AOW.
Werkgelegenheid: oudere werknemers aan het werk
In het nieuwe pensioenakkoord staan afspraken om oudere werknemers langer aan het werk te houden. Bijvoorbeeld een bonus voor werkgevers die ouderen aan een baan helpen of een bonus voor ouderen die van baan willen veranderen. Of bereid zijn om een ander vak te leren om aan het werk te blijven. Ook krijgen ouderen die werkloos worden binnen drie maanden een persoonlijk plan om hen weer aan de slag te helpen. Zo profiteren organisaties van hun waardevolle kennis en ervaring. En tegelijkertijd hoeft de overheid een tijdlang minder AOW-uitkeringen uit te betalen.
Pensioen: meer aandacht voor de risico’s die bij beleggen horen
De meeste werknemers bouwen via hun werkgever pensioen op om hun AOW aan te vullen. Werknemers in de horeca en catering doen dat bij Pensioenfonds Horeca & Catering. Voor dat pensioen betalen werkgevers en werknemers beide de helft. Om de waarde van de betaalde premies te verhogen, moeten pensioenfondsen beleggen. Als zij het premiegeld alleen op een spaarrekening zouden zetten, is er niet genoeg geld om nu en in de toekomst de pensioenen te betalen. Maar bij beleggen horen risico’s. In het nieuwe pensioenstelsel bewegen pensioenen meer mee met de economische en financiële situatie in Nederland. Gaat het slechter met de economie en vallen de beleggingsresultaten tegen, dan kunnen de opgebouwde pensioenen en uitkeringen worden verlaagd. Maar als het goed gaat met de economie, profiteren deelnemers ook van de mooie beleggingsresultaten. Pensioenfondsen kunnen verschillende maatregelen nemen om deze schommeling zo veel mogelijk te dempen. Bijvoorbeeld door het uit te smeren over meerdere jaren: dat geeft de deelnemers (werknemers die pensioen opbouwen) en gepensioneerden meer rust en zekerheid.
Wij houden u op de hoogte
Als het landelijk pensioenakkoord gevolgen heeft voor het pensioen in de horeca en catering, dan hoort u dat natuurlijk van ons. Wij houden u dus op de hoogte van alle actuele ontwikkelingen! We geven u daarbij ook achtergrondinformatie. Zo leest u hier binnenkort een artikel over hoe een pensioenakkoord tot stand komt.
20.06.2011