Herstelplan

In 2008 daalde onze dekkingsgraad door de gevolgen van de kredietcrisis. Eind 2008 was onze dekkingsgraad 93%, terwijl voor ons de wettelijke minimale buffer 104,1% is. Daarom hebben wij een herstelplan voor zowel de korte als de lange termijn ingediend bij de Nederlandsche Bank. De toezichthouder keurde dit plan op 30 juli 2009 goed. De belangrijkste maatregelen:

zowel de werkgevers als de werknemers betalen over 2010 en 2011 een additionele herstelbijdrage;

Het is belangrijk dat onze reserves zo snel mogelijk weer op orde zijn. Daarom betalen werkgevers en werknemers over 2010 en 2011 een additionele herstelbijdrage meer premie, om daarmee de kansen op toeslagverlening in de komende jaren te vergroten. Deze additionele herstelbijdrage is 2,5% premie voor beide jaren (2,5% in 2010 en 2,50% in 2011 gelijkelijk te verdelen over werkgevers en werknemers).

Werkgevers en deelnemers in de horeca merken daar niets van, want de werkgevers- en werknemersorganisaties in de horeca hebben ervoor gezorgd dat deze verhoging voor de horeca uit andere middelen betaald wordt. Voor deelnemers en werkgevers in de contractcatering was dat helaas niet mogelijk. Werkgevers- en werknemersorganisaties in de contractcatering hebben ervoor gekozen de totale extra bijdrage over 2010 en 2011 in 2011 te betalen. In totaal betalen de deelnemers uit de contractcatering dus 7,15% + 2,5% is 9,65%. De werkgever betaalt mee aan het pensioen en betaalt ook een herstelbijdrage van 2,5% vanaf 1 januari 2011. Ook de werkgever in de contractcatering betaalt dus in totaal 9,65%.

de pensioenen groeien de komende jaren minder mee met de stijging van de prijzen;

Elk jaar stijgen de prijzen. Daardoor kun je over tien jaar met honderd euro minder kopen dan nu. Het pensioen wordt dus steeds minder waard. Om dat tegen te gaan, verhogen wij de pensioenen als dat kan. Een deel van deze toeslag betalen wij met geld uit de pensioenpremie. Daar bovenop willen wij ook graag een extra bedrag aan de pensioenen toevoegen. Het bestuur beslist of dit, met het oog op onze financiële gezondheid, kan. Deze extra toeslag betalen we met de winst die we maken op de beleggingen. Ook ons pensioenfonds heeft veel last van de wereldwijde financiële crisis. Daarom besloot het bestuur om in 2009 en 2010 geen extra toeslag te verlenen.

tot 2012 vormen we geen egalisatiereserve.

Bij de berekening van de premie die nodig is voor de jaarlijkse pensioenopbouw van 1,5% rekenen wij met een bepaald rentepercentage. De werkelijke rente in een jaar kan daarvan afwijken. Als de werkelijke rente hoger is, dan blijft er geld ‘over’ doordat er een kleiner deel van de ontvangen premie nodig is om in de toekomst de uitkeringen te kunnen betalen. Het geld dat overblijft, sparen we op in de egalisatiereserve. De komende jaren gebruiken we dit geld om de financiële positie van ons pensioenfonds weer op orde te brengen.

Naast de bovengenoemde herstelmaatregelen uit het herstelplan is er nog iets dat in vergelijking met andere fondsen bijdraagt aan herstel. We hebben namelijk veel jonge deelnemers. Het pensioen dat zij opbouwen of hebben opgebouwd blijft nog lang bij ons staan. Daarom kunnen de beleggingen ook lang doorgroeien. Als de waarde langer groeit, is de verwachting van het resultaat hoger. Hiermee verwachten we ook een eerder en krachtiger herstel in vergelijking met fondsen die veel oudere deelnemers hebben. voor ons fonds is verder gunstig dat we tot nu toe jaarlijks meer premie ontvangen dan we aan uitkeringen betalen. Dit komt doordat we tot op heden naar verhouding weinig gepensioneerden hebben. Het vermogen blijft daardoor groeien waardoor vervolgens de rendementen ook verder groeien.


Korten niet in herstelplan, maar een uiterste noodmaatregel

Het is mogelijk dat de maatregelen uit ons herstelplan onvoldoende zijn om onze dekkingsgraad te herstellen. In dat geval kan ons bestuur een noodmaatregel nemen: het korten (‘afstempelen’) van de pensioenen. Dat betekent dat een pensioenfonds het pensioen dat klanten hebben opgebouwd verlaagt.

Merkbare gevolgen
Het opgebouwde pensioen wordt dan dus minder waard. Gepensioneerden voelen korten direct in hun portemonnee, want zij krijgen minder pensioen. Werknemers die nog niet met pensioen zijn en bij een pensioenfonds pensioen opbouwen of dat hebben gedaan, merken het korten niet direct. Als ze van werkgever wisselen, merken zij het korten bij een eventuele waardeoverdracht, doordat de waarde van hun pensioen is gedaald. En als zij met pensioen gaan, krijgen zij een lager bedrag dan ze wellicht eerder hadden berekend. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vinden werknemers het pensioen dat zij hebben opgebouwd, net als op het pensioenoverzicht dat zij elk jaar van hun pensioenfonds krijgen.

Wettelijke noodmaatregel
Korten staat niet als herstelmaatregel in het herstelplan van Pensioenfonds Horeca & Catering, maar is een wettelijke noodmaatregel. We kunnen de pensioenen korten op basis van de Pensioenwet, net als andere pensioenfondsen. Ons bestuur neemt deze maatregel alleen als dat noodzakelijk is en de maatregelen uit het herstelplan niet genoeg zijn om de dekkingsgraad te herstellen.

Uw mening

Bent u geholpen met deze info?