Beleid voor premievrije voortzetting

04
mrt
2019

Als deelnemer kan je pensioenopbouw blijven doorlopen als je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt raakt (dit heet IVA). Wel gelden enkele voorwaarden om voor deze premievrije voortzetting in aanmerking te komen. Zo moeten we binnen een jaar na de arbeidsongeschiktheidsdatum een aanvraag van de deelnemer ontvangen hebben. Als wij deze aanvraag niet binnen een jaar ontvangen, vervalt deze mogelijkheid. Op basis van onderzoek hebben wij besloten dat wij deze voorwaarden, die wij in het verleden hebben gesteld, niet achteraf aanpassen. Hieronder lichten we ons beleid toe.

Aanvraagtermijn van één jaar

Een aanvraag hadden we lange tijd nodig om op de hoogte te raken van de arbeidsongeschiktheid van de deelnemer. En om te kunnen toetsen of aan de andere voorwaarden werd voldaan. Wij informeerden deelnemers steeds dat zij bij arbeidsongeschiktheid binnen een jaar een aanvraag moesten indienen.

De aanvraagtermijn vervalt bij arbeidsongeschiktheid vanaf 2011

De Ombudsman Pensioenen stelde dat het UWV vanaf 2011 verplicht arbeidsongeschiktheidsgegevens aan fondsen levert en een aanvraagtermijn daarmee niet meer nodig is. Daar zijn wij het mee eens. Daarom hanteren wij voor deelnemers die vanaf 2011 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn geworden (en dus een IVA-toekenning kregen van het UWV) geen aanvraagtermijn meer. Wij kennen alsnog een premievrije voortzetting toe als de IVA-uitkering is ingegaan in of na 2011 en wij een aanvraag niet binnen de aanvraagtermijn hebben ontvangen. Wel moet uiteraard aan de overige voorwaarden zijn voldaan. Deelnemers voor wie dit geldt, informeren wij persoonlijk in de loop van 2019.

Bestaand beleid vóór 2011 blijft gehandhaafd

Voor de overige situaties blijft de aanvraagtermijn gelden. Dit doen wij omdat wij de voorwaarden die wij in het verleden hebben gesteld, niet met terugwerkende kracht willen aanpassen. Bij het jaarlijks vaststellen van de hoogte van de nodige premie hielden wij steeds rekening met het aantal aanvragen dat op dat moment bekend was. Het aanpassen van de aanvraagtermijn achteraf leidt tot een hoger aantal aanvragen. Dit betekent dat de premie niet voldoende was om de kosten van deze extra aanvragen te dekken. Een versoepeling van de voorwaarden achteraf heeft daarom gevolgen voor de overige deelnemers, gepensioneerden en werkgevers: de kosten van de extra aanvragen komen dan voor hun rekening. Dat vinden wij niet evenwichtig. De premie vanaf 2011 is wel voldoende zodat we het beleid vanaf 2011 hebben aangepast.